Hieronder vindt u wat verhaaltjes van de oude site. Stuk voor stuk met inhoud en zonder volgorde. Lees wat u wilt, maar lees wat u leest zorgvuldig. Dat loont.

Natuurlijk zal ook deze pagina op korte termijn gewijzigd worden.

 

 

The Lisser Tea Party
Als middelbare scholier deed ik het niet zo best op feestjes. Ik rookte niet, dronk niet en de contacten met de meisjes waren ook best houterig. Later kwam dit allemaal best goed, maar op die momenten was ik vaak meer toeschouwer dan deelnemer.
Achteraf vind ik het ook best nuttig om in deze rol gezeten te hebben: ik heb er veel van geleerd. Eén van de feestjes die me het meest is bijgebleven is een schoolfeestje in Lisse bij een vriendje van me. Zijn ouders waren afwezig en verder waren alle ingrediënten voor een knalfeest aanwezig: muziek, drank enz.
Goed, het budget was niet zo groot maar een beetje creativiteit bleek wonderen te kunnen doen. In die tijd was het stoer om af een toe wat hasj te roken, doch daar was die avond geen geld meer voor beschikbaar. Het feestje verliep best aardig, maar de gastheer besloot er toch nog een schepje bovenop te doen. Nadat hij naar beneden was geweest, kwam er opeens een joint tevoorschijn. De aandacht was direct gewekt. Hendrik stak het geestverruimende spul aan en vouwde zijn handen in de toen nog gebruikelijke hasj pafferswijze, rookte en liet de stick de kring door gaan. Als ware kenners werd er geoordeeld: “wauw, dat is sterk spul zeg!”. Binnen enkele minuten was de stemming naar een hoogtepunt gestegen en vond er volledige ontremming plaats. Wat een succes die hogere sferen. Toen ik in de keuken even aan het helpen was vroeg ik Henk hoe hij aan de joint kwam, want die kon hij toch onmogelijk betalen. “Zelfgemaakt” antwoordde hij. Vloeitjes aan elkaar geplakt, half-zware shag en eh thee.... 
Toen hij deze grap boven op het feest onthulde was iedereen subiet ontnuchterd en duurde het feestje niet lang meer. Met rode hoofden verliet men het pand. Niemand wist voor die tijd dat verbeelding zo'n sterke drug was.


Sergeant Versteeg 1
Dit stukje werd geschreven aan het begin van 2015 en ik ga hierbij weer even ver terug in de tijd. Veel verhalen spelen zich af in een wat verder verleden. Dit is gelukkig niet het gevolg van “bloedarmoede” in mijn huidige leven, maar heeft te maken met dat recente gebeurtenissen ongeschikt zijn om te beschrijven vanwege de mogelijke herkenning van de hoofdrolspelers. 
Terug dus naar de veilige oudheid, naar de militaire dienst die noodzakelijk was toen de wereld nog niet zo vredig was als nu en de verdediging van onze vrijheid nog als belangrijk ervaren werd. Het was voor mij een bijzondere periode in mijn leven waarin ik nogal wat leuke en extreme dingen heb meegemaakt. Zo sliep ik bij elkaar ongeveer 6 maanden in de open lucht (zonder tent) onder winterse omstandigheden in Nederland en Duitsland. Maar laat ik een beetje bij het begin beginnen, de opkomst. 
Nadat we met zijn allen van een complete militaire uitrusting waren voorzien inclusief een UZI pistool-mitrailleur gingen we op bivak: 14 dagen op de hei. Hier probeerden ze ons de eerste militaire vaardigheden bij te brengen zoals schoenen poetsen, persoonlijke verzorging en wapenonderhoud. Met dit laatste ging het als eerste mis. Verteld werd dat de UZI onder de meest bizarre condities bleef werken. Ondanks deze eigenschap werden wij toch geacht het wapen punctueel te reinigen en in te oliën... Met een in olie gedrenkt doekje moest de loop van het wapen gereinigd worden. Deze loop was aan de binnenkant voorzien van een gedraaide groef, en de dienstdoende wachtmeester vertelde mij dat bij correct onderhoud de groef zo schoon moest zijn dat de pluisjes van het doekje in de groef zouden blijven haken. Een groef met pluisjes, dan was het goed! Helaas, hoe ik ook ragde, mijn groef bleef schoon. Tja, wat nu? Ik vreesde het geschreeuw over mijn prutswerk en gaf prioriteit aan het voorkomen hiervan. Gelukkig was ik toen al vrij handig. Hoewel ik niet rookte, bietste ik van iemand die dit wel deed een handje zware shag. Hup, de shag in de loop, even goed schudden en klaar, dacht ik. Het zag er goed uit, en met een gepast gevoel van schranderheid wachtte ik de inspectie vol vertrouwen af. Jammer genoeg liep het toch anders. De inspecterende wachtmeester bekeek mijn wapen en knikte goedkeurend. Toen schroefde hij de loop los, zette deze aan zijn oog en wilde naar een lichte plek in de lucht kijken. Een klein beetje van de shag viel in zijn oog en dat brandt nogal. Woedend smeet hij mijn wapen in het zand, en ik kreeg de opdracht om binnen een half uur met een brandschoon wapen te komen, anders zwaaide er wat. Nou, en dat heb ik toen maar gedaan. Ik leende het wapen van een ander, die al een inspectie ondergaan had en onder het maken van excuses toonde ik dit exemplaar. Complimenten kreeg ik niet, maar ik mocht wel weer “ïnrukken”. Ik had al aardig de smaak van het militaire leven te pakken en met de gedachte “wie niet slim is moet stom zijn”ging ik die avond lekker slapen.


De vette sleutel
Jarenlang kwam ik bij een autohobbywerkplaats in Alphen. Dit bedrijf was één van de bedrijfjes van Cees, een bijzondere man die in tegenstelling tot zijn broer (die minister was) niet voor een in het oog springende carrière gekozen had. In de doe-het-zelf-garage van Cees was het gezellig. Amateur sleutelaars, would-be restaurateurs en steun-beuners vormden de populatie van dit avonturencentrum. Zelf heb ik hier ook veel vertoefd en met diverse markante figuren lief en leed gedeeld. Eén van hen was Rob de viespeuk. Waarom hij deze bijnaam had ga ik u niet vertellen. Hiermee zou ik hem in diskrediet brengen en dat doet hij liever zelf. Rob was een gesjeesde winkelier, die hier probeerde wat geld te verdienen om zijn geldverslindende levensstijl te kunnen bekostigen. Nadat hij op een dag een servicebeurt aan een Toyota had gegeven, haalden booswichten een grapje met hem uit. Rob was klaar met de auto, en deze liep bij wijze van uitzondering als een zonnetje. Blij met het resultaat en nog blijer met het geld dat op komst was, waste hij zijn handen in het toilet. Ondertussen verwijderden enkele vlegels een klein maar essentieel onderdeel. Toen Roberto terug kwam weigerde de auto iedere vorm van dienst. Rob bleef met een al maar roder wordend hoofd starten en toen de accu bijna leeg was, kwam Ron de brandweerman en tevens de dader hem te hulp. “Stop even Rob, ik weet denk ik wel wat er aan de hand is”, riep de brandwacht hem toe. De gewezen winkelier staakte zijn startpogingen en luisterde aandachtig. “ik heb vroeger ook zo'n Toyota gehad, en soms sloeg de sleutel vet, en dan deed hij helemaal niks meer. Maak hem even schoon in de thinner-bak (flink verderop) en dan loopt hij gegarandeerd”, adviseerde Ron. Opgelucht liep Rob met de sleutel in zijn knuistjes geklemd naar de thinner-bak voor een flinke reinigingsbeurt terwijl Ron ondertussen stiekum het onderdeeltje terugplaatste. Bij de volgende startpoging sloeg de Corolla direct aan. Nu is herhaling soms best leuk, dus Rob werd met een smoesje weggestuurd en het onderdeeltje werd weer verwijderd. Toen de betrouwbare Japanner hierna weer niet aansloeg, liep Rob dan ook subiet naar de thinner-bak. “Zeker niet goed schoongemaakt”,bromde hij. Snel werd de auto weer compleet gemaakt en ja hoor, hij deed het weer en Rob reed tevreden weg: weer wat bijgeleerd, dacht hij vergenoegd.
Kijk met zulk soort verhalen wordt pas echt duidelijk dat dit geen cursusboek is, waarin alles braaf voorgekauwd wordt. Wanneer u niet snapt, wat dit verhaal met geluk te maken heeft, dan is het beslist de moeite waard om de rest van de verhalen ook te lezen.


Liegen als reddingsboei
Zoals u inmiddels weet, zie ik het oplossen van problemen als een uitdaging en soms is het meer dan dat. Dit verhaal is ook weer echt gebeurd en gaat over laten we zeggen Jannie.
Jannie was een lieve meid en is dat denk ik nog. Jannie was niet alleen lief maar vaak ook nodeloos onzeker. Op een dag trof ik haar in tranen. Ze was al twee keer zwanger geweest en het was twee keer misgegaan. Op dat moment was het voor de derde keer raak, dat wil zeggen mis. Wat kon ik doen om haar te helpen?
Medisch gezien kon ik niets voor haar betekenen. Wel nam ik me voor om heel goed te denken op welk gebied ik me wel kon inzetten. Ik verzon de theorie dat, indien een vrouwenlijf rusteloos is, de natuur ons op harde wijze influistert dat dit niet het juiste moment is om zwanger te zijn. Ik heb haar getroost en haar verteld dat ik dit vaker in eigen kring had meegemaakt en dat het heel vaak toch gelukt was. Dit was een klein beetje aangedikt...nou ja gejokt. 
Ik zag haar regelmatig en op zekere dag straalde ze weer. Ik liep naar haar toe, en keek haar recht in de ogen. “je bent in verwachting zie ik", fluisterde ik. "Bijna niemand weet het nog", antwoordde  ze, "maar het is zo". “Ik heb je nog nooit zo kalm gezien", zei ik met een uitgestreken gezicht, en voegde daar aan toe: “Het gaat goed komen, ik weet het zeker, je hebt er nu de rust voor”.
Ze heeft een gezonde tweeling gekregen, en is daarna in ieder geval nog een keer bevallen. De grens tussen lukken en mislukken is vaak smal.
Al dan niet geholpen zelfvertrouwen kan veel verschil maken, en als ik met een beetje jokken ( nou ja .. liegen) iemands geluk een handje kan helpen, zal ik het zeker niet nalaten. Maar deze vruchtbare leugen houden we stil, afgesproken?

Het gevoel bepaalt dat u verdwaalt
Als brave padvinder was ik een uitstekend kaartlezer. Geef mij een kompas en een kaart en ik kom overal. Handig! Nu zijn er ook mensen die op hun richtingsgevoel een heel eind kunnen komen. Ook handig!
Omdat ik inspiratie altijd hoog in het vaandel heb gehad, besloot ik (natuurlijk hierin gesteund door mijn lieve vrouw) op één van onze vele autoritten de zaken eens geheel anders aan te pakken.
We waren in Amiens in Frankrijk, en besloten op het gevoel het laatste stuk naar Nederland te rijden. 
De rit ging best voorspoedig. Geen files of andere ongemakken en we besloten even ergens wat te gaan eten. Na dit feestelijke maal draaiden we weer de snelweg op. In Frankrijk mag je 130, maar omdat het zo rustig was besloot ik een tikje harder te gaan.
Na een uurtje stevig doorkarren moest er even getankt worden. Volle tank en hup door. Toen we na enkele kilometers een bord tegenkwamen sloeg de stemming een ietsje om. Op het bord was te lezen dat het nog 8 kilometer was naar Amiens. We hadden een rondje gereden van ongeveer 250 kilometer.
Moraal van dit verhaal: vertrouw op uw gevoel en u bereikt zelden uw doel. Vertrouw op uw verstand en u bent zo in Nederland!
Waren er nog vragen?

Made in Japan
“Toen ik haat verving door liefde begon mijn leven”, vertelde Tijs. Wat was er gebeurd? Zijn ouders hadden in de tweede wereldoorlog beiden in een Jappenkamp gezeten. Zijn vader Jan werkte hier als kindslaaf aan een spoorlijn en zijn moeder Jitske heeft tot haar dood niet willen vertellen wat ze hier meegemaakt had, maar leuk is het daar en daarna niet geweest. Ze werden bevrijd door de atoombommen die op Japan vielen. Het laatste wat zijn vader meemaakte aan de spoorlijn had toch nog iets hilarisch. De aarde die zij gebruikten voor het aanleggen van deze baan werd aangevoerd met mandjes die al doende flink versleten. Op de dag van de capitulatie hadden de spoorwegwerkers een flink stuk dijk “aangelegd” door versleten mandjes op te stapelen en hier wat aarde over heen te gooien. Ze waren nauwelijks klaar toen er een hoge Japanse militair aankwam. Hij liep over de vers aangelegde dijk en zakte plots tot zijn kruis in de blubber: hier lagen de mandjes. Een enorm pak ransel leek onvermijdelijk maar het kwam niet. Met zijn bemodderde pak kondigde de officier de capitulatie van Japan aan, maar niemand durfde te juichen en lachen was al helemaal niet aan de orde. 
Jan en Jitske hadden na de oorlog een enorme aversie tegen Japan die zij ook aan hun kinderen probeerden door te geven. Toen Tijs een jaar of veertig was las hij het boek “Tsjakka” van Emile Ratelband. Hierin wordt uitvoerig besproken wat “negatieve ankers” voor ellende kunnen veroorzaken. Kort nadat hij dit goed begrepen had brak hij definitief met de doorgegeven afkeer. Hij kocht een Toyota, Hitachi gereedschap, Sony apparatuur en zijn golfuitrusting werd van zijn schoenen tot zijn pet vervangen door Mizuno. Tijs fileerde hiermee de gestolde boosheid en genoot met volle teugen van zijn Japanse spullen. Sinds die tijd laat hij zijn leven niet meer bederven door haatgevoelens en het gaat goed met Tijs. Dat is overigens mijn tweede naam.


Vrienden van het testbeeld
Heel lang geleden waren er in Nederland nog niet veel televisietoestellen en ook nog niet zoveel zenders. Er was zelfs nog niet zoveel zendtijd en in de uren dat er geen programma's waren werd een testbeeld uitgezonden. Dit was een beeld bestaande uit kleuren, vormen en lijntjes wat bedoeld was om te kijken of het tv-toestel goed afgesteld stond. In deze periode ontwikkelde ik samen met mijn vader één van mijn eerste initiatieven: we werden vrienden van het testbeeld. Dit hield in dat we er naar streefden om elke dag minimaal een half uur aaneengesloten en ernstig testbeeld te kijken. Dat je zoiets niet in één keer kunt snapten we wel en daarom bouwden we het voorzichtig op van 10 minuten in het begin naar de volle 30 minuten. Na ongeveer 3 maanden intensief testbeeld kijken hadden we zoveel innerlijke rust gekregen dat we op zoek gingen naar iets nieuws. De basis voor de zoektocht naar mogelijk leuke projecten was gelegd. Zo ontwikkelde ik de WSL (wek service Leiden), waarbij een select gezelschap en hun buren tijdens mijn vroege motorritten in deze stad op ludieke wijze trouw gewekt werden. Een leerzame episode waarin veel gewekten razend enthousiast waren en slechts een beperkt gedeelte alleen razend. Hierna ontstond de CSL (complimenten service Leiden) waarbij het streven was om op overtuigende wijze bij ieder contact minimaal één compliment uit te delen. Dat deze exercitie een groot succes was en is behoeft geen betoog. Hoewel al dit soort projecten eigenlijk voor de grap begonnen waren leerden zij mij toch iets heel belangrijks: indien je op serieuze wijze met minder ernstige dingen om kunt gaan is het omgekeerde ook mogelijk! En dit heeft mij vaak geholpen. Serieus.


Het peerd van ome Loeks
Dat is jammer zeg, het verhaal dat ik ooit gehoord heb over het peerd van ome Loeks blijkt helemaal niet te kloppen. Zijn paard stierf niet aan verkeerde zuinigheid. Gelukkig heb ik het voorrecht gehad om vele jaren met extreem zuinige mensen op te mogen trekken. Tante Tinie, Chris, Tim, BB en vele anderen. Goede zuinigheid beweegt zich vaak op de rand van wat wel en niet kan en BB schoot daar in zijn enthousiasme wel eens iets over. Het gebeurde op een maandag in de kantine waar mijn collega's en ik samen met hem zaten te eten. BB was in het weekend jarig geweest en vertelde vol trots hoe hij zo gierig mogelijk het bezoek ontvangen had. Sinaasappelsap werd met water aangelengd, de gehaktballetjes bestonden meer uit beschuit dan uit vlees en nog een paar van dit soort fratsen. Helaas pakte zijn betoog voor hem averechts uit: er werd geopperd dat hij na zo'n goedkoop weekend ons wel eens kon trakteren. Zijn gezicht betrok, maar hij ging toch op weg om wat lekkernijen te scoren en een kwartiertje later was hij terug. Grote dozen gebak! En dat bij BB. We lieten ons allen dit wonder goed smaken. Helaas bleek korte tijd later dat het om overgebleven taart ging, die het weekend buiten de koeling gestaan had. Niet iedereen werd ziek, maar de meesten waren de dagen daarna nog veelvuldig op het toilet te vinden, waarbij met veel getoeter deze ceremonie afgesloten werd. 
Moraal van dit verhaal: Geld gaat pas echt stinken, wanneer het niet rolt.

P.S. Berichten in de media dat BB voor Baas Bram staat zijn pure speculaties.


Dikke ellende

Iedere ochtend ben ik als eerste beneden. Kopje koffie, computer aan en dan ga ik ongeacht het weer naar buiten om te roken. Lekker rustig zult u denken, maar dat valt tegen. Ik heb namelijk vast gezelschap van een vieze dikke rode zwerfkater die net zo lang klagelijk blijft miauwen totdat ik met zacht poezenvoer zijn protest doe verstommen. Natuurlijk heb ik geprobeerd om zijn “honger” te stillen met normale kattenbrokken waar onze eigen poes ook gek op is, maar die lust meneer niet. En leuke stukjes schrijven met een smachtende kater achter je, dat lukt niet. Dus ja, voor uw plezier geef ik hem zijn zin. 
Dit stukje gaat over lekker en te dik en het heeft een hoog sloophamer gehalte, want te dik en smoesjes gaat heel vaak samen. En als het u gerust stelt, zelf heb ik ook de neiging om moddervet te worden, dus ik weet waar ik over praat. Laat ik beginnen met mensen die bijna niks eten en toch dik worden: die bestaan niet. Zo ongeveer mijn hele familie heeft in de tweede wereldoorlog in kampen gezeten en helemaal niemand ging te dik zo'n kamp in en kwam er ook dik weer uit. Ze waren allemaal broodmager. Indien u nog niet overtuigd bent graag het volgende. Ik ken ook van die notoire dikkerds die volgens eigen zeggen echt heel normaal eten, ja weinig zelfs. Wat zou er gebeuren indien deze pechvogels hun maag zouden laten verkleinen? Niks toch zeker, want ze eten al zo weinig. Helaas, bij alle mensen die ik ken, die dit gedaan hebben betekende echt minder voedsel door een kleine maag een spectaculair lager gewicht. 
Eigenlijk is het hoofdprobleem “lekker” en dat werd bondig samengevat door een voedingsdeskundige tijdens een televisie mayonaise test. Toen de presentatrice van het programma over zout, suiker en vet begon stond deze man wat meewarig te kijken. “Dat is het probleem helemaal niet, met een pot mayonaise doe je al snel een maand, dus de hoeveelheid foute stoffen die je binnenkrijgt valt best mee”. Iedereen verbaasd. “Maar er is een heel ander gevaar: met mayonaise maak je eten te lekker waardoor er teveel van gegeten wordt”. De spijker op zijn kop. Voedsel extra lekker maken, dat doe je volgens deze man bij zieke mensen met weinig eetlust. Voor normale mensen leidt lekker tot overmatig eten. Dat is lekker zeg. Nou kent ieder probleem een oplossing en uit dit verhaal kunnen we destilleren dat voedsel beter niet opgeleukt kan worden. Tegen mensen die zich aan dit stukje gestoord hebben kan ik maar één ding zeggen: maak je niet dik.

 

De voorspelling op de helling
Mijn nichtje Loesje is ernstig geestelijk gehandicapt . Ze woont in Canada alwaar de zorg voor haar aanvankelijk beslist niet eenvoudig was. Mijn oom en tante hebben hun hele leven zelf voor haar gezorgd. Omdat Loesje zelf niet goed bewegen kon moest zij altijd getild worden. Gelukkig voor mijn oom had hij net als ik nagenoeg de kracht van een aap, en de vele noodgedwongen training leverde hem nog iets bijzonders op: hij werd stand-in worstelaar “de Noorman”. Hij vocht dus letterlijk voor hun bestaan. Niks bijzonders zult u zeggen, een tamelijk normaal verhaal. Helemaal mee eens. Maar waarom heeft de geschiedenis rond Loesje mij veel geleerd? Na de geboorte van hun kind werd aan mijn oom en tante het klemmende advies gegeven om zich niet teveel aan “dat kind”te hechten. Volgens de deskundigen was de prognose voor Loes dat ze uiterlijk op haar 5e zou overlijden.
Loesje leeft voor zover ik weet nog steeds en is de 50 gepasseerd. 
Oké, ze zaten er een beetje naast. Maar dan Wybren. Over hem ga ik niet teveel details vertellen, want ook dit is helemaal echt gebeurd. Wybren was een beetje nerveus en af en toe dacht hij dat hij eraan ging overlijden. Toen de pijn op zijn borst op een gegeven moment zodanig geworden was dat voor hem het ondraaglijke bereikt was ging hij naar de dokter. Hij werd doorgestuurd naar een zeer gerenommeerd ziekenhuis. Op de afdeling cardiologie wist men hem te vertellen dat er niets schokkends met hem aan de hand was en dat hij nog jaren kon leven als hij zich niet zo druk maakte. Hij verliet de spreekkamer en viel op de gang dood neer. Complete medische teams waren er beschikbaar, maar Wyb was dood en dat bleef hij.
Oké, de verwachtingen waren niet helemaal correct. Kan gebeuren. Dan de opleiding van mijn broer. Mijn ouders kregen tijdens de middelbare schooltijd over mijn broer te horen, dat hij helaas te dom was voor het middelbare onderwijs en het beste op de ambachtsschool zijn leerplicht kon uitzitten. Hij heeft, nadat hij van school veranderd is, redelijk eenvoudig zijn opleidingen inclusief zijn arts-diploma gehaald. 
En zo heb ik nog talloze voorbeelden van uitspraken over de toekomst. Met autoriteit uitgesproken en met één gemeenschappelijke noemer: de plank werd volkomen misgeslagen. Zekerheden in het leven bestaan niet en er is maar één ding zeker: niets is zeker.

 

De kunst van het bedrog – the art of deception 
Ongenuanceerd beleefd zijn is reuze gevaarlijk net als het uitgaan van de goede bedoelingen van iedereen. Ik kende een succesvol fietsenhandelaar. Heel vaak kwam het bij hem voor dat er zich ouders met een kind in zijn zaak meldden voor een goede veilige fiets. Beleefd en vriendelijk liet hij zijn assortiment zien. Wanneer ze in de buurt gekomen waren van een fiets, waar hij “beet” leek te hebben, haalde hij de fiets tevoorschijn en zette hem goed zichtbaar in het pad.
“Dit is een hele veilige stabiele fietsch zei hij dan”.... de ouders knikten. Dan vervolgde hij: “zoals u ziet is deze fietsch van voren achter dan breder, waardoor hij heel stabiel is”. Complete onzin natuurlijk, maar het lukte altijd. Niemand wees de man op deze onzin, en in een enkel geval wanneer de klant nog twijfel had ging hij verder met “en het is een heel sterk frame, het is met de kupfer geschweisst sprak hij dan met een degelijk Duits accent”. Gegarandeerd verkocht! 
Nog een waar gebeurd verhaal. Toen ik bij in de automaterialenhandel werkte vonden we op een dag tijdens het opruimen een raar stukje metaal. Niemand van de collega's en ik zelf ook niet wist wat het was. En als je niet weet wat iets is, en wat je eraan hebt kun je het maar het beste verkopen. Er meldt zich een oudere garagehouder in de winkel die altijd zijn mond vol heeft over ouderwets vakmanschap. Ik haal het stukje ongeïdentificeerd ijzer tevoorschijn en zeg glunderend: “kijk Theo, dit heb ik nog gevonden, een echt ouderwets preenijzer". Zelf verzonnen. Theo kijkt belangstellend en ik vraag hem of hij nog wel eens preent. "Soms", zegt hij, "maar daar gebruik ik meestal een schroevendraaier voor". 
Ik kijk hem begrijpend aan en zeg “tja, maar dan weet jij natuurlijk ook wel wat er dan kan gebeuren, maar voor een tientje mag je nu het echte gereedschap meenemen, omdat jij het bent”. Er loopt nu nog ergens in Nederland iemand rond die denkt dat hij een preenijzer heeft. Handig!
Zo kan ik nog een aantal verhalen vertellen over hoe mensen zich op het verkeerde been laten zetten. Ik doe dat nu niet. Waar het mij omgaat is om duidelijk te maken hoe gemakkelijk mensen zich door trots of beleefdheid in het ootje laten nemen. We worden dan gestuurd in een richting die andere mensen in hun hoofd hebben. Het kan best inspirerend zijn hoor, maar we zijn dan wel bezig om de wensen van andere mensen te vervullen. Hierdoor kan men zich toch na verloop van tijd belazerd voelen, en dat gevoel is geen vriend van ons geluk. 
Ik stel in zulk soort situaties vragen, waarbij beleefdheid en etiquette even op een lager plan staan. Indien mensen minder goede bedoelingen hebben zullen ze me wel eens een eikel vinden, en misschien zelfs vaker dan wel eens. Maar liever een gelukkige eikel dan een ongelukkige lieverd.

Private Investigations
Vandaag staat het onderwerp “gek”op het menu met als ster Jord. Ik ontmoette hem toen ik deze zomer meerdere malen een bezoek bracht aan een psychiatrisch ziekenhuis ergens in het noorden van het land. Laten we zeggen: Maastricht. Ik was daar samen met een kennis van mij in de kantine. Degene met wie ik mee was ging hier nog wel iedere dag eten, maar heeft na jarenlange verpleging alhier zijn weg naar de “gewone” maatschappij weer gevonden. Tijdens dit maal, schoof bij ons een keurige studentikoze man aan: Jord. Hij sprak heel netjes en was de vriendelijkheid zelve, maar hij zat wel daar (voor Rob Culsen daaro) en al heel lang. Wat deed zo'n man daar? Natuurlijk was ik hier wel meer mensen tegengekomen die er net zo normaal uitzagen als ik, maar hij was zo bijzonder, dat een ordinaire nieuwsgierigheid zich van me meester maakte. Achteraf ben ik blij, dat ik niet mijn gebruikelijke directheid gebezigd heb, maar laf achter zijn rug om naar het hoe en waarom informeerde. Zijn verhaal is schrijnend:
Als verliefde en verloofde veelbelovende jongeman besloten hij en zijn aanstaande te gaan trouwen. Ze gingen in ondertrouw en bij het een beetje opgewonden verlaten van het stadhuis werden ze aangereden. Jord was zwaargewond en zij stierf ter plekke. De chirurgen hebben knap werk verricht. Van zijn lichamelijke verwondingen is aan de buitenkant niks meer te zien. Innerlijk is hij helaas voor het leven verminkt. En zo zijn er veel Jords M/V en natuurlijk ook mensen met een psychiatrische ziekte. Zij horen ook bij ons, en als wij hen respecteren, respecteren we onszelf. En dat is gelukkig, niet gek.


De Kreidler: stairway to heaven
Toen ik 12 was bezat ik buiten medeweten van mijn ouders om mijn eerste brommer. Het was als ik het me goed herinner een Batavus met een JLO motor die ik van de fietsenmaker had gekregen. Dit waarschijnlijk omdat ik nogal een (goedbetalende) brokkenpiloot was. Daarna volgden nog 2 Mobylettes en met deze automaatjes eindigde tamelijk roemloos mijn brommer carrière want de auto's en motoren kwamen eraan. Nou merk ik dat met het ouder worden de behoefte aan een hereniging met de eerste gemotoriseerde vrijheid regelmatig de kop op steekt. Hierin blijk ik vreemd genoeg niet alleen te staan. Op veel facebook pagina's van mijn “oude” vrienden tref ik brommers aan die als restauratie-project in mooier nog dan nieuwstaat hersteld worden. Het geld en de tijd, die hier aan besteed worden, lijken niet in verhouding te staan tot het te verwachten rijplezier, en daar gaat het dan ook helemaal niet om. Bij de eerste bromervaring is vaak veel emotie in het spel. Goed, bij mij ging het iets anders. Maar zodra een vader zijn zoon brom-toestemming geeft bevestigt dit het vertrouwen in de verantwoordelijkheid van junior. Tevens geeft de jonge piloot met zijn knetterfiets ook weer allerlei signalen af aan zijn omgeving. Niet dat mijn Mobylette erg imponeerde, maar u begrijpt wel wat ik bedoel. Mijn 50cc kostte trouwens 663 gulden nieuw. Albert kreeg van zijn vader een hele mooie Kreidler, waar tweedehands toch nog 800 gulden voor betaald moest worden. Het was een rib uit zijn lijf, en het was eigenlijk de eerste keer dat hij zijn zoon losliet. De gespierde brommer is daarna altijd in Albert zijn bezit gebleven. Dit jaar kwam helaas de tweede keer dat de vader zijn zoon losliet, maar nu definitief: hij overleed. Albert is nu druk bezig om de Kreidler in nieuwstaat te herstellen. De band met zijn vader is altijd goed geweest en het symbool hiervan zal binnenkort met gepaste eerbied en zuiverheid weer tot leven gebracht worden. Het verleden krijgt in het heden weer een mooie toekomst.


Testa Rossa Bram

Dit stukje gaat over boos worden zonder boos te blijven. Hoofdrolspeler in dit verhaal is Bram, een markante ex-collega in automaterialenland. Zo was hij eens de gelukkige bezitter van een echte Fiat 500 die hij zelf keurig gerestaureerd had. Om krasjes te voorkomen had hij een eigen plekje voor dit voertuig gecreëerd op de stoep aan de overkant van de winkel. Hier had overigens niemand last van. Bij ons aan de balie kwamen ook regelmatig politiemensen. Toen er op een dag een geüniformeerde motoragent aan de toonbank verscheen, wees één van de collega's naar de trots van Bram. De vraag aan de agent was of hij niet een nepbekeuring op de Fiat wilde plakken. Nou, zijn medewerking hadden we. Wij zouden zorgen dat onze licht ontvlambare vakbroeder zicht op zijn auto zou krijgen terwijl de motormuis even een rondje reed. Alles liep op rolletjes en even later werd de politiemotor schuin voor de geparkeerde Fiat gepositioneerd. De diender stapte af en pakte subiet zijn verbalenboekje. Hij keek naar de kentekenplaat en begon te schrijven. Bram verschoot bij het zien van dit tafereel zoals gebruikelijk van kleur en beende met duidelijk ingehouden opwinding naar de gezagsdrager toe. Te laat. Het gele papiertje zat al achter de wisser. Het vuurrode hoofd van Bram en zijn brede armgebaren konden de agent niet vermurwen. Uiteindelijk begreep Bram dat hij verloren had en liep met het schikkingsvoorstel in de hand balend terug naar de winkel.
Hoewel wij bijna in onze pantalons urineerden van het ingehouden lachen moesten wij snel weer in onze rol stappen. “Joh, naar man” veinsden wij. “Hoeveel is het?” Met gepaste tegenzin keek hij op het gele papiertje en hierop stond met grote letters: “gefopt”. De motoragent lachte nog even vriendelijk, en wij gingen snel op veilige afstand staan van de inmiddels paars aangelopen foutparkeerder. Bram bekeek de kring als een hyena met honger en zocht de dader die hij graag wilde verslinden. Toen hij begreep dat dit een gevalletje “met boter en suiker”was kon hij niet anders dan zijn boosheid laten varen. Meebulderen was te veel gevraagd, maar met een bescheten glimlach namen we ook genoegen. Bram was woest, maar bleef het niet. Verstandig! Wie meer te doen heeft dan niets gaat zijn tijd niet aan woede verspillen. Dank voor de les Bram. 
PS Voor live optredens kunt u tegenwoordig bij Grijsbergen Haarlem terecht, vragen naar Baas Bram.


Calandplein 5

Negatieve gebeurtenissen kunnen het beste uit mensen naar boven halen. Dit is de clou van dit stukje, en lezers die alleen van wijsheid houden en niet van lange verhalen kunnen met deze kennis gewapend doorgaan naar het volgende meesterwerk. Maar het hoeft niet. Welkom bij dit moraal verhaal.
Kort na mijn militaire dienst ging ik in Den Haag aan het werk en kwam terecht bij een discount automaterialenwinkel op het Calandplein. Een pand dat enkele jaren later afgebroken werd omdat het op zwaar vervuilde grond stond. Toch was deze verontreiniging met zware giffen kinderspel vergeleken met de sociale pollutie. Allereerst de locatie. Aan de overkant van de Laakhaven was te vinden: de methadonbus, het politiebureau en de sociale dienst. Vlakbij bevonden zich ook een paar plekken waar gestolen auto's geheel gestript werden. De kaal geplukte Mercedessen en BMW's werden in de nachtelijke uren aan de vissen in de Laakhaven toevertrouwd. Het meest trieste aan deze buurt vond ik de criminele prostitutie. Op de Waldorpstraat (dit was om de hoek) tippelden van het begin van de avond tot zonsopkomst de zieke en uitgemergelde meisjes, slechts levend voor de spuit en de duit. Dit voor zover de locatie. Nu de winkel zelf. Het was een groot en tamelijk nieuw gebouw. Uit veiligheidsoverwegingen zaten er maar weinig ramen in, waarvan de meesten zich op een grote hoogte bevonden. De eigenaar (absoluut niet verwarren met de fijne man die ik in andere verhalen beschrijf) van deze handel vertoonde zich er eigenlijk nauwelijks en leek alleen geïnteresseerd in het geld wat wij voor hem verdienden. Sociaal beleid was hier nog niet uitgevonden en werknemers werden geacht om het pauzeren te vervangen door even snel tussen de schappen hun boterhammetjes te nuttigen. Bij de clientèle waren de Jacobse en van Es types eerder regel dan uitzondering Beunhazen en zwartwerkers logen en bedrogen hier om het hardst in de strijd om het bestaan. Gedurende een periode van een jaar pakte ik samen met Henk Veldman (bijnaam: Henk Veldslag) minstens 70 winkeldieven op, waarbij dreigen,vechten en schelden normaal was. 
Heel misschien zult u denken dat ik wat overdrijf, maar iedere politieman van Bureau Neherkade uit die tijd kan mijn beschrijving bevestigen, en als u hen niet gelooft, dan kan ik u nog wel de namen geven van wat ex-collegae. Kort samengevat viel dit werken met gemak onder de SWOMO norm. Dit staat voor Stichting Werken Onder Moeilijke Omstandigheden . Toch denk ik met veel plezier terug aan deze periode. De extreme negatieve omstandigheden trokken als een magneet het positieve in mijn collega's en mij naar boven. Loyaliteit en elkaar wijzer maken werd blijvend tot een kunst verheven. De meesten van mijn brothers en sisters in arms zijn later dan ook prima terecht gekomen en over mij hoeft u zich ook geen zorgen te maken. 
Jezelf zorgen maken heeft sowieso niet zoveel zin, maar als u toch de verleiding niet kunt weerstaan, dan wil ik u beleefd aanbevelen om af en toe eens de tango met het negatieve te dansen. Het resultaat heb ik reeds aan het begin van dit stukje verklapt en daarmee is de cirkel weer mooi rond!



The Ballad of Belle Bonnet
“The gold is for the children, the gold is for the children”, dit waren de woorden waarmee Belle Bonnet stierf in aflevering 119 van Johnny Quest. Ik heb deze tekenfilm jaren geleden een keer gezien en hij is me altijd bijgebleven. Alleen voor de bronvermelding heb ik hem nog even opgezocht.... helaas in het Russisch. Belle Bonnet was een tsïoge (omgekeerde van egoïst) ook wel altruïst genoemd. Xela is net als Belle een tsïoge. Beiden zijn getekend: Belle voor de film en Xela voor en door het leven. Ik zag hem laatst weer: gevoelige altruïstische Xela en kreeg ineens de beelden van deze film weer op mijn netvlies. Het ging niet best met hem. Zijn luxe appartement is verworden tot een spookhuis, zijn bankrekening is van een berg veranderd in een diepe krater en zijn lijf lijkt wel een opslagplaats voor chemisch afval. Eens was hij het zondagskind. Iemand die steevast mazzel had: in het casino, met de verkoop van zijn huis, eigenlijk met alles, en iedereen inclusief onbekenden deelden mee. Maar de wind is gedraaid van een briesje in de rug naar een storm tegen. Om het even in boeventaal te houden van de mazzel naar de nieges. Xela is tegenwoordig: arm, dik, vervuild en eenzaam. Ieder bezoek dat ik aan hem breng heeft tegenwoordig veel weg van een rouwbezoek en ik heb niet de middelen om het tij voor hem te keren. Vroeger deelden onbekenden in de rijkdom van hem en nu hoop ik dat een onbekend vermogend iemand dit stukje leest, die wel in staat is om het zondagskind te redden. Kijk naar “The Ballad of Belle Bonnet”en bedenk dan: “the gold is for the children”. U zult er geen spijt van krijgen: “the gold is for the children!”


De laatste der Mohikanen

Tegenwoordig bezit ik een groothandel in wijsheid, maar vroeger mocht ik 25 jaar stage lopen in de automaterialenbranche. Voor mij is deze romantische tijd met veel extreme gebeurtenissen geschiedenis. Ik ben sinds mijn vertrek daar nagenoeg niet meer in de panden van mijn ex-werkgever geweest. Wel heb ik af en toe nog contact met Sam en enkele andere kopstukken van toen. 
Het bedrijf waar wij een flink deel van ons leven doorbrachten begon op een merkwaardige manier. De oprichter was oorspronkelijk actief in de Volkswagen kever straathandel. Toen dit steeds beter ging, besloot hij een pandje te huren alwaar hij deze gelegenheidskoopjes aan kon bieden. Helaas, het pand viel niet echt op en velen liepen er zo voorbij. Teneinde dit occasion centrum in wording wat meer op te laten vallen, besloot zijn vrouw om een paar wieldoppen voor de ramen te hangen. Wat gebeurde er? Er kwamen drommen mensen! Alleen niet voor de kevers, maar om te vragen wat de wieldoppen moesten kosten. Deze aanhoudende stroom werd niet genegeerd en korte tijd later werden er volop wieldoppen verkocht. Van het een kwam het ander en enige tijd later was er een zeer serieuze onderdelen en accessoire handel geboren. Ook kwam er personeel, waartoe Sam en ik ook behoorden. Iedereen in het bedrijf behandelde elkaar en de klanten als vrienden. Veel was er mogelijk totdat... Totdat het bedrijf zo ver gegroeid was dat er aparte afdelingen begonnen te ontstaan. Koninkrijkjes waarbij men hoe langer hoe meer begon te vergeten waar het succes vandaan gekomen was. Vriendschappelijk veranderde in eng zakelijk. Soepel veranderde in star. Lachen veranderde in ernstige gezichten. Creativiteit veranderde in protocollen en ga zo maar door. Terwijl dit proces zich voltrok verlieten velen waaronder ikzelf het schip. Sam bleef achter als laatste der Mohikanen. Een traditionele goede betrouwbare Indiaan in een voor hem onwerkelijk landschap. Sam, ik wens je veel sterkte en bedenk wel: bij de oprichter zijn de kansen plotseling gekomen en hij heeft ze gegrepen. Laat de jouwe niet aan je voorbij gaan. Vriend Menno.


Een schot in de roos.
Ik ben nog uit de tijd dat de eerste anti-roos shampoos uitkwamen. Tijdens deze opkomst zat mijn vader een keer bij de barbier. “U heeft last van roos meneer”, meldde de haarsnijder. “Nee hoor meneer, ik heb geen last van roos” antwoordde pa. De kapper werd een beetje rood en probeerde het zo rustig mogelijk nog een keer: “Meneer, ik zie het toch: u heeft duidelijk last van roos”. Mijn vader lachte vriendelijk en zei toen: “Beste man, ik heb misschien roos, maar ik heb er geen last van!” En zo is het maar net : je kunt best wel iets hebben, maar je hoeft er geen last van te hebben. Gelukkig niet.



The Lost Boys (absolutie is de solutie)
Mannen blijven als het meezit altijd jongens. Ik behoor ook tot die categorie en wel tot de “lost boys”. Lost boys zijn verdwaald of verdwaald geweest en dat heeft ons anders gemaakt: we hebben geleerd om ons geluk niet te laten afhangen van grote groepen waar we graag bij willen horen. We herkennen elkaar al van grote afstand en hebben snel contact, dit niet altijd tot grote vreugde van mijn vrouw. Zo kwam ik laatst Gerard tegen. Een zorgzame alleenstaande vader met een heleboel kindertjes. Sportief, welgemanierd, goed verzorgd en zeer goed opgeleid. Toen ik me samen met Gerard en nog een brave man aanmeldde voor een commissie, die ik nu even in het midden laat, werden we geacht ons voor te stellen. Geer was als laatste aan de beurt. Hij vertelde over de landen waar hij gewoond had, zijn relevante ervaring en over zijn opleidingen en dat was niet niks. Maar hij ging nog even verder: “dit was het mooie gedeelte, maar ik heb ook een zwarte kant aan mijn medaille zitten: ik heb bijna 4 jaar in detentie gezeten”. Hij legde precies uit wat er gebeurd was en probeerde geen verzachtende omstandigheden aan te voeren. Voor mij was het geen verrassing: hij was een lost boy. Verdwaald in de graaiwereld van het financiële systeem en daarin uiteindelijk ontspoord. Toen hij alles uit de doeken had gedaan, vroeg de voorzitter hoe wij dachten over samenwerking met Gerard. 
Nou, daar wilde ik wel wat over zeggen. Ik stelde dat ik veel correct en vriendelijk gedrag van hem gezien heb. Dat hij een misstap heeft begaan, doet niet meer ter zake vervolgde ik. Hij heeft zijn straf gehad, en wij hebben het recht niet om daar nog levenslang aan vast te plakken. Zij die zonder zonden zijn werpen de eerste steen. Die werd niet geworpen en Geer en ik zitten nu in de commissie. Bestraffen en vergeven doen een mens in vreugde leven. Gelukkig wel.


Het sigaretje van Toos 
Toos rookt nog wel eens een sigaretje, drinkt een borreltje en eet af en toe een patatje. Alles wat ze doet wat niet zo gezond is eindigt op -tje en wordt consequent verkleind. Ze maakt het minder zwaar. Nou bestaat Toosje niet echt, maar de strategie wel, en die werkt nog ook! Wat voelt lekkerder: ik heb pech of ik heb een beetje pech, ik voel me rot of ik ben een tikje aangeslagen?
Maak de dingen niet groter dan ze zijn en u voelt zich al snel een stuk prettiger. Gaat er reeds een lamp branden of is het al een lampje?


Vaardigheid in aardigheid
“Vriendelijke Menno”, dit is de naam van het beeldje, dat ooit door een bekend Rijnsburgs kunstenaar van mij gemaakt is. Oké, dit kunstwerk voldoet niet aan alle eisen van de zedelijkheid, maar de naam geeft in ieder geval wel stof tot nadenken. 
Het belang van deze vaardigheid komt in diverse uitdrukkingen binnen onze taal tot zijn recht: wie goed doet, goed ontmoet; met de hoed in de hand komt men door het ganse land; wie geeft wat hij heeft is waard dat hij leeft enz. enz..
Krijg je nou altijd direct wat terug als je iets aardigs of goeds doet? Ja! Ook als er nog niet eens “dankjewel” vanaf kan. Vele malen heb ik al te maken gehad met rare reacties op mijn aardigheid in de stijl van “je hebt zeker wat van me nodig?!”. Hieraan herkent men de domoor. Slimoren weten namelijk dat als je iemand iets van harte geeft, al is het alleen maar een glimlach, dat dit je een goed gevoel bezorgt. En een goed gevoel draagt bij aan de geluksbeleving. Geeft, en ook u zal gegeven worden! Any questions? Let me know!


Als je wint heb je vrienden... 
Dit stukje lijkt een sombere toonzetting te hebben, maar schijn bedriegt. Begrip van sociale verbindingen zorgt voor correctere verwachtingen en daarmee minder onbegrip en meer geluk.
Die vrienden uit die tijd, waar zijn ze nou gebleven? En soms denk ik wel even, raakte ik mezelf soms kwijt? Mooie woorden uit het liedje “de vrienden van vroeger” geschreven door de reeds lang overleden taalkunstenaar Lennaert Nijgh. Veel liedjes gaan net als de titel van dit stukje over de vergankelijkheid van vriendschap de pijn die dat met zich meebrengt met als cynische conclusie: vriendschap is een illusie.
Vriendschap is een gevoel dat bijdraagt aan geluksbeleving, omdat het je het prettige idee geeft, dat je er niet alleen voorstaat. Je hebt meer van jezelf met gelijkgestemden: vrienden. Helaas is vriendschap vaak aan bederf onderhevig. Arme wij.
Gelijkgestemdheid is tijdgebonden: iedereen verandert en ontwikkelt zich in de tijd. De 10 jarige Menno was een totaal andere dan de 16 jarige en weer een geheel andere dan de 57 jarige. Het zou raar en saai zijn als die ontwikkeling bij vriendjes gelijke tred zou houden. Vriendschap kan op een bepaald moment heel sterk zijn maar is vrijwel altijd aan slijtage onderhevig. Zo is het leven. Natuurlijk blijft het wel leuk om elkaar een beetje in de gaten te houden en af en toe eens verhalen van vroeger op te halen en heel soms blijken er ook weer nieuwe raakvlakken te zijn die het vuurtje weer opnieuw doen oplaaien en de vriendschap recyclen.
Er is een bijzondere vorm van vriendschap die de vluchtigheid van dit mechanisme nog sneller duidelijk kan maken: tijdelijke populariteit – als je wint heb je vrienden. Vriendschappen die gebaseerd zijn op bewondering: je bent de dapperste, de slimste, de sterkste, hebt de mooiste meid enz. Mensen plakken aan je vanwege het succes van het moment, en laten ook direct los zodra dit verdwenen is. Grappig en verhelderend. Ik ben blij dat ik een paar van dit soort bewegingen mee heb mogen maken.
Oei, vriendschap is dus aan slijtage onderhevig... Wat nu? Is er dan helemaal niets meer, als de vriendschap versleten is? Juist wel!
Liefde kan de mooiste erfenis van vriendschap zijn. Liefde is in mijn ogen vriendschap ontdaan van dwingende wederkerigheid. Liefde is naar mijn mening ook onverslijtbaar en zelfs niet aan het leven gebonden. Mijn gevoelens van liefde gelden voor zowel levenden als voor overledenen, zowel voor mensen in mijn huidige leven als voor in het verleden.
Liefde op het eerste gezicht komt bijna niet voor. Liefde die de kans kreeg via vriendschap wel. Leve de vriendschap! En als ik in dit stukje af en toe iets kort door de bocht draaide dan zijn we toch nog wel vrienden?


The tears of Allah 
Ik zag eens een film (ik meen James Bond) en daarin kwamen eilandjes voor met de naam Tears of Allah.
Goddelijke tranen. Dat maakte indruk op me. De inhoud van de film is verdampt, maar de woorden zijn blijven hangen. 
Hoewel ik een zeer blij en gelukkig leven heb, gaat mijn leven niet voorbij zonder tranen.
Ik heb vele soorten tranen. Natuurlijk bij de normale emoties, maar ik heb ze ook bij extreme motivatie. Dit is onder andere het geval wanneer ik aangevallen word.
Dit zit heel diep bij mij, en heeft te maken met het kampverleden van mijn familie in de tweede wereldoorlog. . In zo'n situatie verkies ik de dood boven overgave en ben ik extreem gemotiveerd om te vechten. 
En wat nu als ik overvallen word door één of ander lulletje met een pistool? Dan word ik niet aangevallen, maar slechts mijn rijkdom.
Tranen zijn heel persoonlijk en u mag mij ook beslist raar vinden in de overwegingen die ik hier over heb. Ik ben in elk geval niet bang, en zeker niet om af en toe te huilen. Af en toe huilen is heel helend en maakt dus gelukkig. Als goden mogen huilen mogen wij dat ook. Ik gun ze u van harte de Goddelijke tranen, en ook al ben ik geen moslim, voor mij zijn het The Tears of Allah.


Lachen maakt gezond 
Ik heb het opgegeven, ik kan het gewoon niet. Mijn project “een hele dag niet lachen” is in de vuilnisbak verdwenen. Een dag zonder eten of drinken, dat lukt me wel, maar een dag niet lachen, dat overleef ik niet.
Lachen veroorzaakt ontspanning en bij het lachen komen er allerlei helende stofjes vrij. Een dag niet gelachen is een dag niet geleefd en kennelijk ben ik een junk. Ik wil u in dit kader ook iets vertellen waar ik beslist niet trots op ben, en wat ik tegenwoordig zeker anders zou aanpakken:
Jaren geleden had ik te maken met een hoog opgelopen arbeidsconflict en ik zag op dat moment geen andere uitweg dan me ziek te melden. Overspannen. Na verloop van tijd ben je dan verplicht om bij de medische gemeenschappelijke dienst of zoiets dergelijks te verschijnen. Omdat ik van plan was om deze periode zeker niet kort te houden probeerde ik zo bleek en aangedaan mogelijk bij de dokter te verschijnen. Ik zit me in de wachtkamer ernstig op mijn gesprek voor te bereiden en wat gebeurt er?? 
Een klant van mij, Salem, komt ook de wachtruimte binnen. Hij zag de grauwe uitdrukking op mijn gezicht en begon mij geheel ongevraagd op te beuren, de zak! Het ene grapje na het andere vuurde hij op me af, en even later zaten we allebei te schuddebuiken van het lachen. Daar ging mijn toneelstukje. 
Dit incident had twee resultaten: ten eerste werd ik per direct weer aan het werk gestuurd, maar veel belangrijker was het tweede: ik ontdekte de onverwoestbare kracht van de humor. Dit thema is mooi uitgewerkt in de video van Monthy Python's song “always look on the bright side of life”. De kracht van de lach is zo sterk dat ik er geen weerstand aan kan bieden. En eigenlijk wil ik het ook niet, ik zou daar gek zijn.


Menno's dromen... 
Ik ga binnenkort een grote tocht maken met mijn zelfgebouwde houten kajak over de mooiste rivieren in Frankrijk. Heerlijk, zo op het stromende water in het zonnetje verbonden zijn met de natuur. Tentje mee. Spiksplinternieuw, tipi model want dat is lekker makkelijk op te zetten. Ik verheug me er nu al op en geniet er iedere dag van terwijl ik nog niet eens weg ben. Fantastisch!
En dat is het ook. Het is helemaal geen echt plan maar een fantasie. Sterker nog, ik heb helemaal geen kayak, ga misschien helemaal niet naar Frankrijk, en heb nog steeds geen tipi tent. 
Toch zijn fantasieën of dagdromen nuttig en prettig. Geestelijke fitness, mentale exercities voor gebeurtenissen die misschien wel nooit plaats zullen vinden, maar ook belevenissen ervaren die anders veel geld of tijd gekost zouden hebben. Alles is mogelijk in dromen en u bepaalt ze en hoe ze aflopen. Het is mij opgevallen dat bij mensen waarvan het leven een groot tranendal lijkt te zijn, er eigenlijk maar een ding ontbreekt, en dat is het positieve dromen. Rampen kunnnen ze zich nog wel voorstellen, maar fantaseren over leuke dingen is helaas in de kinderschoenen blijven steken. 
Even voor degenen die met wantrouwen dit stukje lezen, het volgende. Heeft u ooit wel eens gedacht over iets wat in de nabije toekomst zou moeten gebeuren en werd u al moe bij de gedachte alleen? Dan is het toch duidelijk dat, als een negatief ingekleurde fantasie invloed heeft op uw welbevinden, een positieve dagdroom dit ook kan hebben. Oh.
Mick Jagger zong ooit: “lose your dreams and you will lose your mind”. Wanneer u uw dromen verliest, dan verliest u uw verstand.
Gelukkig is er niet alleen een negatief verband. Wanneer u uw dromen koestert en ontwikkelt dan versterkt u uw geest en is het omgekeerde van bovenstaande stelling dus ook het geval. Albert Einstein stelde al: fantasie is belangrijker dan kennis. 
Dromen maakt het leven draaglijk en met wat oefening zelfs behaaglijk. Keep on dreaming!

 

Spreekwoordelijk geluk 
Kennis is macht. Spreekwoorden en gezegdes spelen een belangrijke rol in onze taal en dus ook in ons leven. 
Hoge bomen vangen veel wind, je hand in het vuur durven steken voor iemand, vroeg rijp vroeg rot, als de armoe de deur binnenkomt vliegt de liefde het raam uit, en ga zo maar door. 
Kenmerkend voor dit taalgebruik is dat allerlei levenswijsheden gesublimeerd zijn in aanschouwelijke woorden. Zelf raadpleeg ik regelmatig deze wijsheden en corrigeren ze zelfs mijn gedrag.
Ik zal u een klein geheimpje vertellen, dus niet uit de school klappen graag: ik bezit het vermogen om scherp taalgebruik te bezigen. Deze wijze van communiceren gebruik ik meestal om domme beschadigende redeneringen om zeep te helpen. Soms heb ik echter ook de neiging om mensen die mij onheus bejegenen verbaal met de grond gelijk te maken. Het blijft bijna altijd bij een neiging, want de spreekwoorden schieten me meestal op tijd te hulp: men vangt meer vliegen met stroop dan met azijn, het sop is de kool niet waard, dom geboren nooit wat bijgeleerd, hoogmoed komt voor de val, je moet stil zitten wanneer je geschoren wordt, wie de bal kaatst moet hem terug verwachten en ga zo maar door.
Allemaal parate kennis die ons kan behoeden voor primair gedrag.
Natuurlijk heb ik nog meer pijlen op mijn boog, maar ik houd mijn kaarten voorlopig tegen de borst en hou mijn kruit nog even droog. 
Kennis en begrip van spreekwoorden en gezegdes is in mijn ogen een mooi systeem om gedachten over levenskunst te ordenen en gebruiksklaar te houden. Ik zal proberen om aan ieder hoofdstukje van dit boek een spreekwoord toe te voegen. Ik hoop u een beetje van het nut overtuigd te hebben, ik heb het in ieder geval geprobeerd en niet geschoten is altijd mis!


Han Stijkel 
Talloze uren hebben wij reeds op de snelwegen doorgebracht. Het kost ons niet veel moeite om vele honderden kilometers achter elkaar te rijden. Hierbij maken we het onszelf gemakkelijk door van herkenningspunt naar herkenningspunt te rijden, waardoor grote ritten in kleine trajecten opgeknipt worden. 
Herkenningspunten kunnen molens, knooppunten, reclameborden en dergelijke zijn.
Een van de vele herkenningspunten was altijd tankstation/parkeerplaats Han Stijkel. Een intrigerende naam voor een dergelijke plek. Wie was Han? Ik wist het niet. Het bleek een verzetsheld te zijn en op zijn graf staat: Drs Johan A.Stijkel gefusilleerd in 1943 te Berlijn-Tegel.
Na wat meer over hem gelezen te hebben, begreep ik goed waarom zijn naam niet verloren mocht gaan. Vanaf dat moment noemen wij zijn naam hardop bij het passeren van dit Texaco tankstation. Wie er ook bij ons in de auto zit kan ons niet schelen, Han Stijkel wordt geëerd. 
Nu hebben we dit ritueel nog iets verder uitgebreid met de namen van andere waardevolle mensen die ons ontvallen zijn, en de lijst wordt helaas in hoog tempo langer. 
Wat heeft dit ritueel met geluk te maken? Veel. Ik garandeer u dat het heel intens kan zijn om de herinnering aan waardevolle mensen levend te houden. Ik wil hier niet teveel analyse op loslaten want ik weet dat ik het gevoel dan kapot maak. Doe met ritueel geluk wat u wilt en Han, we zullen je nooit vergeten.


Kunst gaat over lijden 
Over kunst en pijn is al veel gedacht. In veel mooie kunst zit enorme pijn verwerkt. Nadat mijn broer zijn leven beëindigd had, heb ik mezelf een aantal rouwdagen gegeven. Op zaterdag heb ik mijn schildersdoos tevoorschijn gehaald, en ben gaan schilderen.
Het is geen mooi schilderij geworden. Geeft niet. Met iedere beweging van mijn schildersmes en met iedere streek van mijn kwast werd mijn pijn minder en kreeg mijn geluk weer kleur. 
Ik kan het iedereen aanraden. Zelfgemaakte kunst (hoe lelijk ook) is in mijn ogen de beste bliksemafleider voor ellende. En waar de ellende wegvloeit blijft geluk achter.
Leven met kunst is misschien wel de kunst van het leven. 


Reanimatie van het lezen

Op de basisschool las ik best veel. Inderdaad, voornamelijk stripverhalen, visboeken en kinderavonturen, en ik had er veel plezier in. Op de middelbare school was het al snel uit met de leespret voor mij, toen ik op een cultureel verantwoord lees-dieet gezet werd. Plezier veranderde in afkeer. 
In de loop der jaren had ik vanzelfsprekend voldoende andere bronnen waar ik uit kon tappen maar de herinnering aan de leespret die ik had hebben zij nooit weg kunnen drukken.
Tegenwoordig lees ik weer. Ik ben daarbij geholpen door een universitair docent economie. Deze man had de moed om een complex economisch probleem te beschrijven met de Donald Duck in zijn hand. Zijn betoog waarin Dagobert Duck de hoofdrol speelde klonk als een klok.
Na deze openbaring besloot ik ook low-profile aan het lezen te gaan: stripverhalen en kinderboeken. Het is een goede hereniging geworden die ik een ieder die het plezier in lezen is kwijtgeraakt kan aanbevelen. Lees wat u wilt en trek u niks aan van wat andere mensen er van denken nou ja, vinden want denken doen ze meestal niet. Lezen geeft veel ruimte aan de fantasie en fantasie en geluk zijn vrienden.

 


Familieverhoudingen en geluk 
Francis is een bijzondere vrouw, die ik ook al weer zeer veel jaren ken. Net als veel bijzondere mensen heeft zij een leven met veel ups en downs achter zich liggen, en gisteren is daar weer een nieuwe down aan toegevoegd: haar enig kind is overleden op 38 jarige leeftijd aan de gevolgen van een hersentumor.Waarom belde ze mij? Niet omdat ik heel aardig ben, dat zijn er zoveel. Ze zocht contact met mij omdat de verhouding met haar kind duurzaam ontwricht was, en dat is met mij en mijn zoons ook het geval. Tijdens het gesprek vertelde ik haar over de gedachten die ik over verstoorde familieverhoudingen heb, en die wil ik ook graag met u delen. Hierbij wil ik graag ook de natuur bekijken.
In de natuur is het gebruikelijk dat nageslacht zich van de ouders en van elkaar verwijdert en ook in het wild is niets zonder doel. Dit is een functioneel mechanisme, dat erop gericht is om de soort sterk te maken en te verspreiden. Inteelt en degeneratie worden voorkomen, en nieuwe leefomgevingen worden aangeboord. Het is een hard maar goed werkend overlevingssysteem.
En bij de mensen dan? Bij de menselijke beschaving ligt het iets ingewikkelder, want daar is naast het natuurlijke afstoot- en verspreidsysteem ook een cultureel bindingssysteem aanwezig. Bij de uitleg hiervan ga ik heel kort door de bocht. Het culturele systeem zorgt ervoor dat ouders op latere leeftijd verzorgd worden, zwakkeren beschermd worden en het “survival of the fittest” min of meer buiten spel gezet wordt. En begrijp me goed, hier is veel voor te zeggen.
De natuurkrachten blijven echter werken. Gelijke polen stoten elkaar af. De deur staat natuurlijk altijd open voor mijn lieve zoontjes, maar ik accepteer dat de natuurlijke krachten het soms winnen van onze culturele hoop. En als we elkaar afstoten, dan lijken we veel op elkaar. Wat een geluk!

 

Opa Minne 
Het leven is vaak als de zak van Sinterklaas. We graaien erin en vinden iedere keer weer iets nieuws. Grote pakjes en kleinere , en hoe ouder je wordt, te meer je bij de kleinere cadeaus komt die onderin liggen. Ik heb vorige week weer een prachtig klein kadootje uitgepakt. Een geschenk dat vele jaren geduldig op me heeft liggen wachten: een brief.
De brief is ongeveer veertig jaar geleden geschreven door mijn van oorsprong Friese opa Minne (Menno). Deze brief heeft hij aan mij geschreven toen hij al erg ziek was en op het gebied van typevaardigheid was hij toen al duidelijk op zijn retour. De boodschap is er niet minder om. Ik kom uit een bijzondere familie en mijn opa was daar geen uitzondering op. Het was geen lachen gieren brullen opa. Geen man die al te uitbundig tussen zijn kleinkinderen aanwezig was. En toch kon je niet om hem heen. Hij had enorme spierballen. Geestelijke spierballen. Met hem viel niet te spotten, en dat probeerde dan ook niemand. Oorspronkelijk was hij een gedreven journalist en op latere leeftijd is hij rechten gaan studeren en werd rechter. Op 57 jarige leeftijd is hij gepromoveerd en werd als Mr. Dr. vice president van het gerechtshof in 's Hertogenbosch. Dit allemaal om te schetsen dat we hier niet met lulletje rozewater van doen hebben. 
De brief was geschreven aan zijn kleinzoon en naamgenoot Menno. Een toen nog zeer wilde jongeman. Het is een oproep om door te blijven zoeken naar waar je echt goed in bent en je daar dan op te richten. Ook maakt dit schrijven me duidelijk dat voor mijn opa zijn “glamour”leven niet is komen aanwaaien. Wat raakt mij hierin? Veel, maar ik zal u twee dingen noemen. Ten eerste de overeenkomst tussen de manier van denken van Minne en mij: het goede begint bij het steeds meer vinden van jezelf. Ten tweede: niets komt je zomaar aanwaaien, zonder strijd geen overwinning. Beide punten zijn bouwstenen van dit boek. Opa, bedankt voor de bevestiging.

 

over uiterlijk en geluk 
Je gelukkig voelen en tevreden zijn is nauw met elkaar verbonden.
Nu is het vervelende, dat ontevredenheid je ook aangepraat kan worden. Het onderwerp uiterlijk scoort hierbij hoog. 
De letterlijke betekenis van discriminatie is onderscheid maken, en op uiterlijk wordt dit “misdrijf” dan ook vaak gepleegd. Wij hadden vroeger thuis kippen. Leuke, wat dommige beesten die gezellig kunnen samenleven. Helaas is het met kippen zo, dat als er een kipje wat afwijkt van de rest, er wat gruwelijks gebeurt.
De groep pikt het kipje met het afwijkende uiterlijk dood. Het zou kunnen zijn, dat de natuur dit zo bepaald heeft om de soort zuiver te houden.... Dit gedrag zorgt er dan ook voor dat de kippen in de bio-industrie allemaal met geknipte snavels rond scharrelen dan wel proberen te scharrelen.
Nu zie ik ook bij mensen wel dit kippengedrag. De mensen die afwijken zijn kwetsbaar en zonder bescherming van de wet en de beschaving zou het niet best met ze aflopen. Het is in Nederland niet verboden om met raar haar, puisten, een dikke buik of bruine tanden rond te lopen. Toch is er een grote druk om er min of meer “standaard” uit te zien. Bij afwijzingen in sollicitaties wordt dan gesproken over niet binnen het team passen (stelletje kippen).
De reclame speelt op dit aanpasfeestje dapper in, maar ook de televisie stelt de norm. Heeft u wel eens een nieuwslezer gezien met een missende voortand of één arm. Precies. We leven in een wereld van Barbies en Kens.

O, u voelt hem al aankomen. Inderdaad, mijn haar ziet er meestal uit of het met een nitraatbom gekamd is, ik heb geen six-pack en mijn tanden zouden ook best witter kunnen. Zelfs mijn oren zijn aan de grote kant, mijn kont te dik en op mijn lijf groeit hier en daar geen haar. Het kan me niet meer schelen. Niet omdat ik me oud en versleten voel, nee omdat ik wat wijzer geworden ben en inmiddels weet dat dit klein-burgerlijke schoonheidsideaal voornamelijk mensen met het verstand van een kip aantrekt.
Natuurlijk was ik als puber ook met mijn uiterlijk bezig. Iedereen lang haar? Ik ook. Zongebruinde huid, tuurlijk. Mooie kleding? Vanzelfsprekend. Lekker ruiken. Sure. En ga zo maar door. Ik deed er ook aan mee, en ik kan me de avonden herinneren waarop ik het dichtst tegen mijn eigen optimale schoonheidsresultaat aanzat. Waardeloos!
Al mijn geregisseerde mooimakerij bracht me niks. Gelukkig maar, anders was ik misschien nu nog met deze poppenkast bezig geweest. Nou heb ik wel geluk gehad hoor. Het overkwam me enkele keren dat ik me qua uiterlijk in een dieptepunt bevond en op mijn eigen schoonheidsschaal hooguit een 2 zou scoren. Mijn haar door de war, een scheur in mijn broek, een puist en een vlek op mijn trui... zo ongeveer. Gaandeweg ontdekte ik, dat hoe meer ik van mezelf walgde, hoe aantrekkelijker ik scheen te zijn. Toen heb ik mijn schoonheidsideaal maar met Fernando en Pjotr meegegeven. Dat waren onze vaste vuilnismannen.
Kennelijk zijn Kens en Barbies toch niet zo interessant als echte mensen. Uiteraard hoeft u van uw uiterlijk geen bewuste puinhoop te maken, maar besef wel: echt is nooit slecht!

Mollenstokken
Net weer het kerstdiner achter de rug. Dit jaar vierden we het kerstfeest met zeven personen en de poes bij ons thuis. Omdat wij een tamelijk strikt tweepersoons huishouden voeren, moest er flink geïmproviseerd worden, hetgeen natuurlijk leuk is. Ook leuk was de zelfgemaakte vuurkorf die de maaltijd extra sfeer gaf. Helaas dreigde het vuur voortijdig uit te gaan, maar ook hier bood improvisatie uitkomst: een flink gedeelte van mijn Gamma vurenhout werd verzaagd en als brandhout gebruikt voor het fysieke vuur. Het geestelijke vuur brandde na de dis ook uitstekend, toen het jaar doorgenomen werd. Zodra het gesprek iets te lang bleef hangen bij een rancuneus familielid bleek de familie-rijwielhersteller weer eens van onschatbare waarde. “Zo, we hebben het nu lang genoeg over deze pias gehad, maar eh, wie heeft er last van mollen?” vroeg hij de geachte aanwezigen. Helaas bleek het leven van geen van de toehoorders door deze dappere gravers significant beïnvloed te worden en het onderwerp leek hiermee snel afgedaan. Nou laat onze fietsenkoning zich niet gemakkelijk uit het veld slaan en onaangetast door de tegenvallende reactie vervolgde hij zijn verhaal. Uit zijn binnenzak haalde hij een doos mollenstokken tevoorschijn. In geuren en kleuren werd er verteld over gazononderhoud en hoe mollenstokken hierbij van nut kunnen zijn. Gevolg van deze verhandeling en de daarop volgende interactie was dat het vorige onderwerp volledig in rook was opgegaan. Zodra een onderwerp niet veel oplevert, wordt het tijd om uit een ander vaatje te tappen. Moraal van dit verhaal: spring eens van de hak op de tak, dan zet u een mooie boom op!

De kerker van koning Dirk
Dit stukje gaat over een heel serieus onderwerp namelijk depressie en wat je eraan kunt doen. Bij het oplossen of voorkomen van depressie is kennis bijzonder nuttig. Veel van deze kennis wordt ons vandaag aangereikt door koning Dirk. Deze kwelgeest maakte er zijn levenswerk van om gestraften zich zo akelig mogelijk te laten voelen. De grootste trots van deze vorst waren zijn kerkers, de voorwaarden voor totale ellende bleken hier aanwezig: donker, kou, honger, nauwelijks kunnen bewegen en angst om er maar een paar te noemen. Omdat deze elementen van het kerker-recept zo'n nadelige invloed hebben op het gevoel van welbevinden, ligt het voor de hand dat bewust manipuleren van deze “stemmingsmakers” ook tot positieve resultaten zal leiden...., en dat is ook zo. Een gezonde geest woont in een gezond lichaam en een gezond lichaam woont niet in een kerker. 
Een en ander werd kortgeleden weer eens bewezen door Janine. Zij woont op het platteland en heeft in de winter regelmatig last van somberheid. Zij belde mij op toen dit gevoel de overhand dreigde te krijgen. Nadat ze haar situatie had uitgelegd stelde ik haar voor om haar “kerker” te verlaten en op zoek te gaan naar het licht. Omdat haar knie in combinatie met de winterse omstandigheden een langdurig verblijf in de buitenlucht niet toelaat, spraken wij over lichttherapie. Klinkt heel zwaar, maar een mooie daglichtlamp (o.a. Philips licht-therapie) doet wonderen. Binnen enkele dagen belde ze mij dolenthousiast op. Het hielp! Het verbaasde me niet. Waarom, dat hoef ik u inmiddels niet meer uit te leggen want dat heeft koning Dirk al gedaan. Wordt vervolgd.

Mislukking geeft verrukking
Ik kom uit een van origine gereformeerd gezin, maar we deden er niet veel aan. Na het eten werd er vaak een stukje uit de bijbel voorgelezen, maar van kerkbezoek is het nooit echt gekomen.
Toen ik jong was, waren er ook grote piraten radiozenders. We zaten midden in een revolutie op muziekgebied dus was het zeer de moeite waard om naar deze stations te luisteren.
Nou was er op een van deze zenders ook op zondag een radiodominee en dat leek niet zo heel erg hip. Na een flink aantal keren snel naar een andere zender overgeschakeld te hebben, was ik een keer te lui om van zender te wisselen. Ik hoorde dominee Toornvliet en ik was geschokt. Wat een lieve man zeg. Hij probeerde via de piratenzender niet de brave welvarende burgers te bereiken, maar richtte zich met zijn boodschap van liefde naar de onderkant en de zelfkant van de maatschappij. Hoeren, moordenaars, inbrekers, werklozen, politici en ga zo maar door. Helaas was hij in kerkelijke kring niet zo heel erg getapt, en is ooit een keer door een ouderling met een pistool van de kansel gejaagd. Kortom een kleurrijk figuur. Later bleek dat mijn ouders door hem getrouwd waren....
Toornvliet preekte ook wel eens in het land, en een enkele keer ging ik naar de Marekerk in Leiden om deze artiest aan het werk te zien. Ik kan me na heel veel jaren deze bijeenkomsten nog goed herinneren. Opvallend was het publiek dat er op af kwam. Zondagse pakken waren er niet veel, nee het leek eerder of de bevolking van een treinstation in de kerk getransplanteerd was. 
Als een popster kwam de oude prediker van achter uit de zaal de kerk in. Zonder draaiboek ging hij langs de rijen en sprak waar nodig de mensen bemoedigend toe. Ook zijn preken waren de puurheid zelve. Graag zou ik de beknopte inhoud van één van zijn preken met u willen delen. Ik tap hier uit mijn herinnering.
Mislukking was het thema.
De preek:
“Kent u dat ook, u bent van alles en nog wat van plan, maar er komt niets van terecht. U bent van plan om een mooie carrière te maken, maar u wordt ziek en komt heel anders terecht, of u wordt ontslagen omdat het bedrijf failliet gaat. Of u wilt trouwen en een gezin stichten, maar u blijft kinderloos. We zijn vaak veel van plan en bijna alle plannen mislukken jammerlijk. Maar ik zeg u dit gemeente! Er mislukt helemaal niets! Vaak stuurt God ons een andere kant op, dan wij zelf in gedachten hadden. God is vol liefde naar u toe en wanneer wij dreigen te ontsporen, dan neemt Jezus Christus u persoonlijk aan de hand op weg om ons te behoeden voor echte rampspoed, wat wij mislukking noemen is een zegen van God”.
Nou ben ik echt niet zo'n kerkganger hoor. De bijbel, die ik wel heb is niet aan slijtage onderhevig. En het avondeten wordt bijna standaard zonder gebed naar binnen geschrokt. 
Dus, nee ik ben niet zo zuiver in de leer. Geen precieze, maar erg rekkelijk. Waarom dan toch dit stichtelijke verhaal? Omdat ik het vaak zo ervaren heb! Ik heb heel veel verschillende dingen gedaan in mijn leven. Er is bij mij heel veel wel gelukt, maar ik heb juist in mislukkingen vaak een leidende hand naar een hoger plan ervaren. Ik had dit boekje nooit met u kunnen delen wanneer mijn leven rimpelloos geweest was, en daarvoor dank ik God. Amen.